Werkelijke of forfaitaire kosten? Kies het voordeligste!


Thomas is leraar en eigenaar van een woning. Hij heeft bij hem thuis een kantoorruimte ingericht, want hij neemt steeds vaker werk mee naar huis. Dit brengt natuurlijk kosten met zich mee, die logischerwijze aftrekbaar zijn. Sommige kosten kunnen meteen afgetrokken worden, zoals de kantoorbenodigdheden (papier, mappen, telefoonkosten). Andere kosten, zoals kantoormeubilair, computer, rekenmachine, fotokopieertoestel of printer, moeten afgeschreven worden over verschillende jaren. Is het interessant voor hem om zijn werkelijke kosten aan te geven? Ja, als deze hoger zijn dan het wettelijk forfait dat automatisch wordt toegepast. Bekijk hier het praktische voorbeeld van Thomas en ontdek welk fiscaal voordeel hij kan genieten.

Elke werknemer geniet automatisch de forfaitaire belastingaftrek voor beroepskosten. Deze werd trouwens verhoogd in 2015 en 2016, zoals u in een vorig artikel al kon lezen. Om te weten of het voor Thomas beter is om zijn werkelijke kosten aan te geven, moet hij eerst zijn wettelijk kostenforfait berekenen. Pas dan kan hij beide vergelijken.

 

 

Wat zijn de forfaitaire beroepskosten van Thomas voor zijn inkomsten van 2016 (aanslagjaar 2017)?

 

 

Het forfait wordt berekend per inkomstenschijf. Het forfait bedraagt dus 30% voor de eerste inkomstenschijf tot € 8.450, 11% voor de schijf tot € 19.960, en 3% voor de rest. Het maximumforfait is vastgelegd op € 4.240.

 

Stel dat de bruto beroepsinkomsten van Thomas € 30.000 bedragen, dan geniet hij een forfait van € 4.102,30 (30.000 x 3% + 3.202,30 volgens de vereenvoudigde berekening hierboven).

 

Waar komt het bedrag van € 3.202,30 vandaan in deze berekening? Eerst en vooral moet u rekening houden met de inkomstenschijven. Maar alles werd berekend aan 3%, er ontbreekt dus enerzijds 27% (30 min 3) op de eerste schijf van € 8.450. Anderzijds ontbreekt er 8% (11 min 3) op de tweede schijf tussen € 8.450 en € 19.960, hetzij een verschil van € 11.510.

 

Ofwel: 8.450 x 27% plus 11.510 x 8% is gelijk aan € 3.202,30. Dankzij deze methode moet er slechts één bewerking worden uitgevoerd in plaats van drie.   

 

Welk belastingvoordeel haalt Thomas uit dit kostenforfait?

 

Gezien dit forfait van de hoogste inkomstenschijf van Thomas wordt afgetrokken (€ 30.000 min 4.102,30) zal, volgens de belastingtarieven in onderstaande schema’s, het belastingvoordeel 45% bedragen. Elke euro tussen € 20.780 en € 38.080 wordt namelijk aan 45% belast. Daarom komt elke euro die u uit deze schijf kan halen, overeen met een werkelijke besparing van 45%.

Het belastingvoordeel zal dus € 1.846,04 (4.102,30 x 45%) bedragen. En als we hierbij nog het voordeel van de gemeentebelasting (8%) voegen, zal het totale voordeel oplopen tot 48,6% (45 x 1,08), hetzij € 1.993,72.

 

 

Kostenforfait of werkelijke kosten?

Ondanks het bovenstaande voordeel, is het ook mogelijk om de werkelijke kosten te bewijzen als deze hoger blijken uit te vallen dan het forfait.  

 

Nemen we opnieuw het voorbeeld van Thomas: hij heeft ervoor gezorgd enkele facturen bij te houden. In de ogen van de fiscus zijn dit bewijsstukken die bij een eventuele controle moeten worden voorgelegd.

 

Bewezen kosten van Thomas gedurende het jaar 2016

 

Thomas gebruikt een gedeelte van zijn woning (15%) als kantoor


  • Kantoorkosten:

1.      € 4.000 voor de aankoop van kantoormeubels, lineair [1] afgeschreven over een periode van 10 jaar (aankoop in 2015).

2.      € 1.000 voor de aankoop van een computer die voor 90% beroepsmatig gebruikt wordt en lineair wordt afgeschreven over drie jaar (aankoop in 2016).

3.      € 2.500 intresten hypotheeklening.

4.      € 800 onroerende voorheffing.

5.      € 2.700 elektriciteits- en verwarmingskosten.

6.      € 200 kantoorbenodigdheden.

 


  • Autokosten:

1.      Aantal arbeidsdagen in 2016: 186 dagen.

2.      Aantal km/dag (woon-werkverkeer) afgelegd met zijn auto: 110 km (heen/terug).

3.      Intresten autofinanciering betaald in 2016: € 250.

4.      Totaal aantal km (privé en beroepsmatig) afgelegd in 2016: 26.000 km.

 

Berekening van de beroepskosten van Thomas


  • Berekening kosten kantoor


Kantoormeubilair: 4.000/10 x 100% = € 400 (2e/10) [2]

Computer: 1.000/3 x 90% = € 300 (1e/3) [3]

Intresten hypotheeklening: 2.500 x 15% = € 375

Onroerende voorheffing: 800 x 15% = € 120

Elektriciteit & verwarming: 2.700 x 15% = € 405

Kantoorbenodigdheden: 200 x 100% = € 200

 

Subtotaal: € 400 + € 300 + € 375 + € 120 + € 405 + € 200 = € 1.800

 

  • Berekening kosten auto

Km: 186 d x 110 km = 20.460 km x € 0,15 per km = € 3.069

Intresten autofinanciering: 250 x 20.460/26.000 = € 196,73

Subtotaal : € 3.069 + € 196,73 = € 3.265,73


Totaal van de werkelijke kosten: € 3.265,73 + € 1.800 = € 5.065,73

 

 

Belastingvoordeel dankzij de werkelijke kosten

 

Als Thomas, voor het inkomstenjaar 2016 en aanslagjaar 2017, zijn werkelijke kosten inbrengt en het bedrag van € 5.065,73 invult bij code 1258-03 in het vak IV van zijn aangifte, dan geniet hij voor € 963,43 (€ 5.065,73 – € 4.102,30) aan bijkomende kosten. Dit bedrag zal van de hoogste inkomstenschijf van Thomas afgetrokken worden. Het schema hieronder bevat de belastingtarieven die gehanteerd worden om de inkomsten van 2016 te belasten.

                                              

Het volgende schema, gepersonaliseerd volgens het voorbeeld van Thomas, toont dat zijn bijkomende kosten altijd een totaal voordeel [4] van 48,6% genieten. Als dit bedrag van € 963,43 als inkomsten belast was geweest, had Thomas 45% moeten betalen. Dit levert hem dus een extra besparing op van € 468,23 (963,43 x 48,6%).



Tot besluit kunnen we stellen dat de werkelijke kosten altijd een goed middel zijn om de uiteindelijke belastingsfactuur te doen dalen. Hou daarom dus altijd uw facturen bij voor het geval u een belastingcontrole krijgt. Dit voorbeeld beperkt zich niet alleen tot leerkrachten, het geldt voor elke werknemer die in het kader van zijn beroepsactiviteit werk mee naar huis neemt.

 

Let wel op wanneer u als werknemer van uw werkgever een terugbetaling krijgt van uw reiskosten in het kader van het woon-werkverkeer (met openbaar vervoer of een ander transportmiddel aan te geven in code 1254/2254). Wanneer u uw werkelijke beroepskosten wil inbrengen, dan zal de vrijstelling die bij code 1255/2255 ingevuld moet worden, herleid worden tot nul. In dit geval is een simulatie van de berekening aan te raden, zodat u kan zien of het inbrengen van de werkelijke kosten wel degelijk een werkelijk voordeel oplevert.

 

 

Wil u meer weten over de aftrek van beroepskosten? Lees dan zeker volgende artikels: ‘Uw wagen inbrengen als beroepskost? Bereken zelf uw voordeel!’ en ‘Een hoger wettelijk kostenforfait voor werknemers’. 

  


[1] Degressieve afschrijving is ook mogelijk, maar niet gebruikelijk in dit geval. 

[2] Omdat het meubilair in 2015 werd aangekocht, gebeurt de tweede afschrijving in 2016. Thomas zal bijgevolg  maximum 9 afschrijvingen in mindering brengen.  

[3] Een aankoop gedaan in 2016, om op het even welk moment, wordt volledig afgeschreven. Hier brengt Maxime zijn eerste afschrijving in mindering.

[4] Gemeentebelasting van 8% inbegrepen.

Voeg commentaar toe

Bedankt om hier uw algemene vraag te stellen. Uw vraag kan ook verband houden met een toekomstig artikel op de blog. Gelieve er rekening mee te houden dat we niet alle persoonlijke vragen die een gepersonaliseerd advies vereisen, kunnen beantwoorden. De experten staan garant voor professionalisme. Ze kunnen evenwel niet wettelijk aansprakelijk worden gesteld indien de informatie die op de blog verstrekt wordt niet sluitend is.

Als uw aanvraag over een ERGO contract gaat, contacteert u het best het Contact Center van ERGO. U kunt hen bereiken via e-mail (info@ergo.be) of via telefoon (02/535.58.88) van maandag tot donderdag 8.30 u tot 17.00 u en vrijdag van 8.30 u tot 16.00 u.

ERGO blog gebruikt cookies
Lees meer Ik accepteer